lesson verkiezingen (elections)
(photo by W. P. W. van de Hoef / Spaarnestad Photo)
Heeft u een ID-kaart?
Do you have an ID card?
- heeft = have
- u = you
- heeft u ... ? = do you have ... ?
- een = an
- ID-kaart = ID card
Ja, hier is mijn ID-kaart.
Yes, here is my ID card.
- ja = yes
- hier = here
- is = is
- mijn = my
- ID-kaart = ID card
