het woord van vandaag

← all topics | topic: tijd

bijwoord
bijtijds (2012-12-28)
destijds (2010-07-29)
eergisteren (2010-12-02)
indertijd (2015-11-14)
overmorgen (2011-05-26)
toentertijd (2012-02-03)
vanaaf (2017-02-07)

spreekwoord
gezelligheid kent geen tijd (2012-10-31)

uitdrukking
in afzienbare tijd (2011-01-04)
in een mum van tijd (2011-01-31)
om een uur of (2016-06-22)
op den duur (2011-11-30)
tussen de middag (2010-05-10)
uit de oude doos (2016-07-13)
zijn tijd verdoen (2015-08-19)

zelfstandig naamwoord
komkommertijd (2013-06-21)
poos (2010-01-18)
tijdverdrijf (2015-02-16)

bijvoeglijk naamwoord
ogenblikkelijk (2016-01-15)
onmiddellijk (2016-07-29)